ECLI:NL:RBDHA:2025:8090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit visum kort verblijf wegens schending hoorplicht
Eisers, houders van de Iraakse nationaliteit, vroegen op 11 juli 2023 een visum kort verblijf aan voor familiebezoek. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van onvoldoende aannemelijkheid van het doel en onvoldoende sociale en economische binding met Irak. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd. Eisers stelden dat de minister hen had moeten horen alvorens het bezwaar te beslissen, omdat zij uitgebreide documentatie hadden overgelegd en bereid waren aanvullende toelichting te geven.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft afgezien van de hoorplicht. Hoewel de minister meende dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, blijkt uit het dossier dat er vooral vragen en onduidelijkheden zijn over de economische binding van eisers. Eisers hebben tijdens de procedure aanvullende stukken overgelegd en willen deze graag toelichten in een hoorzitting. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat bij twijfel over de grondslag van het bezwaar de hoorplicht geldt.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en wijst het terug naar de minister voor een nieuwe besluitvorming waarbij eisers worden gehoord. De rechtbank wijst de proceskosten toe aan eisers. Andere beroepsgronden worden niet behandeld omdat de schending van de hoorplicht het besluit reeds onrechtmatig maakt.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de minister moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen na het horen van eisers.