ECLI:NL:RBDHA:2025:8114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiseres heeft op 12 oktober 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De minister heeft op 23 oktober 2023 een terugnameverzoek ingediend bij Oostenrijk, dat op 24 oktober 2023 werd geaccepteerd. Op 6 februari 2024 trok de minister het terugnameverzoek in, waardoor Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag. De beslistermijn van zes maanden zou daardoor uiterlijk op 6 augustus 2024 aflopen.
Echter is sinds 27 januari 2023 het besluit WBV 2023/3 van kracht, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiseres betwistte dat dit besluit op haar van toepassing was en stelde dat de minister prematuur in gebreke was gesteld. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat WBV 2023/3 terecht is toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn in deze zaak nog niet was verstreken toen eiseres de ingebrekestelling indiende, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.