ECLI:NL:RBDHA:2025:815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij intrekking beroep niet tijdig beslissen MVV-aanvraag
Verzoekers hadden beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. Na ontvangst van het verweerschrift waarin de minister wees op een ander, eerder ingediend beroep tegen hetzelfde fictieve besluit, trokken verzoekers hun beroep in. Ondanks het intrekken van het beroep verzochten zij om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep. In deze zaak was geen enkele tegemoetkoming door de minister aan de intrekking van het beroep voorafgegaan.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoekers werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van een tegemoetkoming door de minister.