Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser,
de Minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
In geschil
6.1 Artikel 23, tweede lid, van de Dublinverordening luidt als volgt: “
Een verzoek tot terugname wordt zo snel mogelijk ingediend en in ieder geval binnen twee maanden na ontvangst van de Eurodac-treffer op grond van artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 603/2013. Indien het verzoek tot terugname is gebaseerd op ander bewijs dan de gegevens uit het Eurodac-systeem, wordt het terugnameverzoek aan de aangezochte lidstaat gezonden binnen drie maanden na de indiening van het verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel 20, lid 2.”
79. De overdracht van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het door een onderdaan van een derde land ingediende verzoek om internationale bescherming aan een lidstaat op grond van artikel 23 of Pro artikel 29 van Pro de Dublin III-verordening staat derhalve in de weg aan de uitvoering van een besluit dat inhoudt dat de betrokkene aan een andere lidstaat wordt overgedragen.
13 december 2024 een terugnameverzoek te versturen niet tijdig gedaan.
Conclusie
2 januari 2025. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Beslissing
D.K. Bloemers, griffier.