Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag van 12 maart 2024 voor een machtiging voor voorlopig verblijf. De minister had een beslistermijn van 90 dagen, welke met drie maanden werd verlengd, maar heeft desondanks niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank heeft het beroep niet op zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank acht het beroep ontvankelijk en gegrond en stelt een nieuwe beslistermijn van acht weken na de datum van deze uitspraak vast. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op € 1.442,- en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 453,50. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen op de aanvraag.