ECLI:NL:RBDHA:2025:8212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen toekenning Wajong-uitkering na derde aanvraag
Eiser heeft meerdere aanvragen gedaan voor een Wajong-uitkering, waarvan de eerste in 2014 werd afgewezen wegens arbeidsvermogen. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures, waarbij onder meer werd geoordeeld dat het besluit niet voldoende was gemotiveerd, heeft verweerder uiteindelijk per 6 oktober 2023 een Wajong-uitkering toegekend op grond van het ontbreken van arbeidsvermogen gedurende een periode van tien jaar.
Eiser betoogt dat de toekenning met terugwerkende kracht per 27 maart 2014 had moeten plaatsvinden, omdat zijn psychische beperkingen toen al bestonden, maar de rechtbank oordeelt dat de aanvraag op 6 oktober 2023 moet worden beoordeeld volgens de bepalingen van hoofdstuk 1a van de Wajong, waarbij het recht op uitkering niet eerder kan ingaan dan de datum van aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts in de bezwaarprocedure heeft geconcludeerd dat het verlies van arbeidsvermogen duurzaam is, maar dat er geen reden was om eerdere afwijzingen te herzien. De toekenning per 6 oktober 2023 is in het voordeel van eiser, omdat de tienjaarsperiode nog niet was verstreken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van de Wajong-uitkering per 6 oktober 2023 wordt ongegrond verklaard.