Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer],
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 5 februari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurde voort en verweerder gaf op 6 mei 2025 kennis van het voortduren, waarmee het beroep van eiser werd geacht ingesteld te zijn tegen het voortduren van de bewaring, inclusief een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 26 februari 2025 beoordeeld en achtte deze rechtmatig. De beoordeling richtte zich daarom op de periode na die datum. Eiser stelde dat de voortduring onrechtmatig was omdat hij tussen 11 februari en 24 april 2025 niet gehoord was en dat verweerder niet met de vereiste zorgvuldigheid had gehandeld, met name rond het niet doorgaan van een vertrekgesprek op 20 maart 2025.
De rechtbank oordeelde dat het niet doorgaan van het gesprek te wijten was aan eiser zelf, die te laat kwam en daardoor de regievoerder miste. Daarnaast had verweerder op 27 februari en 20 maart 2025 uitzettingshandelingen verricht, waaronder het sturen van een rappel aan de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend handelde en dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.