Eiser heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerdere zijn afgewezen. Na terugkeer in Afghanistan werd hij mishandeld en beroofd. Hij vreesde vervolging vanwege zijn bekering tot het christendom, afvalligheid van de islam en verwestering. De minister wees zijn laatste aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij de minister de geloofwaardigheid van de bekering en afvalligheid betwistte en het rapport van Stichting Gave negeerde.
De rechtbank oordeelt dat de minister het rapport van Stichting Gave, dat relevant is voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers bekering en afvalligheid, onterecht buiten beschouwing heeft gelaten. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de analfabetisme en medische klachten van eiser. Hierdoor kleeft een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek aan het besluit.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf een inhoudelijke beslissing te nemen of de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten.
Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van deze uitspraak.