ECLI:NL:RBDHA:2025:8240
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 20 februari 2025. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 11 april 2025 in een zitting waar ook de gemachtigden van beide partijen en een tolk aanwezig waren. Op 12 mei 2025 deed de rechtbank uitspraak op het beroep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de minister tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 907,-.