Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Het beroep van verzoeker tegen dit besluit is buiten zitting kennelijk ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen verzet aangetekend en verzocht om een voorlopige voorziening om overdracht aan Kroatië te voorkomen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er sprake is van spoedeisend belang omdat de overdracht gepland staat op 28 januari 2025. De rechtbank overweegt dat het verzet nog niet inhoudelijk beoordeeld kan worden en dat verzoeker daarom recht heeft op een zitting. Gezien het belang van verzoeker om in Nederland te blijven totdat het verzet is behandeld, weegt dit zwaarder dan het belang van de minister om de overdracht door te zetten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en verbiedt de overdracht totdat op het verzet is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Kroatië wordt geschorst totdat op het verzet is beslist.