De vader verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind te beëindigen en hem het eenhoofdig gezag toe te kennen, omdat de moeder met het kind zonder zijn toestemming in Rusland verblijft sinds oktober 2023.
De rechtbank stelt vast dat het kind voor het vertrek in Nederland woonde en dat de moeder het kind ongeoorloofd niet heeft teruggebracht na een vakantie. De moeder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank past het Haags kinderbeschermingsverdrag toe en oordeelt dat zij rechtsmacht heeft.
De rechtbank concludeert dat het gezamenlijk gezag niet kan voortduren vanwege de ernstige verstoring tussen ouders en het belang van het kind. Daarom wordt het eenhoofdig gezag aan de vader toegekend. Het verzoek om de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat dit automatisch volgt uit het eenhoofdig gezag.