ECLI:NL:RBDHA:2025:8272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag afgewezen
Eiser, van Libische nationaliteit, diende op 14 januari 2025 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardigheid en het ontbreken van procesbelang. Hij stelde nieuwe feiten, waaronder registratie in verschillende Europese landen met diverse herkomstlanden, medische klachten, en gewetensbezwaren tegen militaire dienst.
De minister van Asiel en Migratie verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe relevante elementen had aangevoerd die de beoordeling konden beïnvloeden. De rechtbank oordeelde dat de gewetensbezwaren niet als nieuw element konden worden beschouwd omdat deze niet in het gehoor waren verklaard en dat de algemene situatie in Libië onvoldoende was toegelicht voor persoonlijke gevolgen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak benadrukt dat bij opvolgende asielaanvragen geen ambtshalve toetsing plaatsvindt op medische gronden en bevestigt het inreisverbod van twee jaar wegens het niet tijdig verlaten van de EU.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.