De eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 10 januari 2025 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 16 april 2025 bevestigd. De beoordeling richt zich daarom op de periode vanaf die datum.
Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig voortduurde omdat de minister de maatregel niet tijdig had omgezet na een opvolgende asielaanvraag. De rechtbank constateerde dat de asielaanvraag van 29 april 2025 niet leidde tot rechtmatig verblijf, omdat deze niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit. Hierdoor was omzetting van de maatregel niet vereist.
De rechtbank voerde tevens een ambtshalve toetsing uit, zoals voorgeschreven door het Hof van Justitie van de Europese Unie, en vond geen onrechtmatigheid in het voortduren van de maatregel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.