ECLI:NL:RBDHA:2025:8338
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, waarbij bezwaar tegen een eerder besluit ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 22 april 2025. Verzoekster en haar gemachtigde waren afwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van de minister wel aanwezig was.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De reden hiervoor is dat op dezelfde dag in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.A.M. Elzakkers en griffier A.C.W. Ris-van Huussen, en is openbaar uitgesproken op 22 april 2025. Het proces-verbaal is bekendgemaakt op 7 mei 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.