Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf op grond van familie- en gezinshereniging. De minister besloot niet tijdig op het bezwaar tegen de afwijzing van deze aanvraag. Eiseres stelde de minister vervolgens in gebreke en diende daarna terecht beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn heeft overschreden zonder geldige reden of verzoek tot verlenging. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en legt zij een nadere beslistermijn van twee weken op, waarbinnen de minister alsnog moet beslissen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, om naleving van deze termijn af te dwingen. Eiseres krijgt tevens een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend vanwege de gemaakte kosten voor juridische bijstand.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden en is uitgesproken op 10 april 2025. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen op het bezwaar.