ECLI:NL:RBDHA:2025:8352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling in nareiszaak
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en artikel 8 EVRM Pro.
De minister ontving de aanvraag op 24 augustus 2024 en verlengde de beslistermijn op 24 september 2024 met drie maanden, waardoor deze eindigde op 22 februari 2025. Eiser stelde de minister op 21 februari 2025 in gebreke, nog voordat de beslistermijn was verstreken. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk omdat een ingebrekestelling pas na het verstrijken van de beslistermijn geldig is.
De rechtbank wijst ook het verzoek van de minister tot aanhouding af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of bestuurlijke dwangsommen. Eiser krijgt vrijstelling van griffierecht vanwege voldoende onderbouwing.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en behandelt de zaak zonder zitting. De uitspraak is openbaar en kan worden bestreden met een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.