ECLI:NL:RBDHA:2025:8394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende op 1 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit bleek uit Eurodac-gegevens waaruit bleek dat eiser op 31 juli 2023 in Kroatië een verzoek tot internationale bescherming had ingediend.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Kroatië niet langer geldt vanwege ernstige gebreken in de asielprocedure, opvang en de aanwezigheid van pushbacks, wat tot schending van artikel 3 EVRM Pro zou leiden. Hij stelde dat hij in Kroatië slechts onder dwang vingerafdrukken had afgegeven en geen asielaanvraag had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat Kroatië op grond van de Eurodac-verordening verantwoordelijk is en dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit standpunt in een uitspraak van 9 oktober 2024. De door eiser aangevoerde rapporten en eerdere uitspraken boden geen aanleiding tot ander oordeel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 12 mei 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.