Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd waartegen beroep werd ingesteld. De officier van justitie vernietigde de sanctiebeschikking en kende een proceskostenvergoeding toe voor vijf samenhangende zaken. De gemachtigde betwistte de samenhang en de hoogte van de vergoeding, met name de halvering van het punt voor een schriftelijke ronde in plaats van een telefonische hoorzitting.
De kantonrechter oordeelde dat de vijf zaken terecht als samenhangend zijn aangemerkt, omdat ze gelijktijdig werden behandeld, dezelfde gemachtigde betrokken was en de werkzaamheden nagenoeg identiek waren. Het aanleveren van niet identieke rijroutes leverde geen extra inspanning op, aangezien deze door betrokkenen zelf waren aangeleverd.
Verder werd geoordeeld dat een extra schriftelijke ronde geen recht geeft op een vergoeding gelijk aan een hoorzitting volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De kantonrechter verwierp het beroep van de gemachtigde en bevestigde de proceskostenvergoeding zoals toegekend door de officier van justitie.