ECLI:NL:RBDHA:2025:8439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie legde op 25 april 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. Op 6 mei 2025 vond de zitting plaats waarbij eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde en via videoverbinding, verscheen.
Tijdens de zitting gaf eiser aan dat hij wenst terug te keren naar India en inmiddels in het bezit is van zijn Indiase paspoort, wat door een vriend in het Detentiecentrum Rotterdam werd bezorgd. Hierdoor kan de minister zo spoedig mogelijk een vlucht boeken. De gemachtigde van eiser voerde geen bezwaren aan tegen de maatregel van bewaring.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de maatregel ambtshalve getoetst en concludeert dat geen gronden aanwezig zijn om de maatregel onrechtmatig te achten. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.