ECLI:NL:RBDHA:2025:8449

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 mei 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
NL25.6915
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:74 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing uitstel van vertrek wegens motiveringsgebrek medische situatie

Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek vanwege haar ernstige medische situatie waarbij zij volledig afhankelijk is van mantelzorg door haar echtgenoot. De minister wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar, mede op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).

Het BMA stelde dat eiseres zonder de specifieke mantelzorg van haar echtgenoot een reëel risico loopt op psychische decompensering en suïcidaliteit. De minister baseerde zich op de aanwezigheid van 24-uurs professionele zorg in Nigeria, maar erkende dat de mantelzorg door de echtgenoot een randvoorwaarde is voor adequate zorg.

De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd hoe aan deze randvoorwaarde kan worden voldaan, mede gezien de twijfel over de toegang van de Ghanese echtgenoot tot Nigeria. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.

De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.

Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek wordt vernietigd vanwege motiveringsgebrek; minister moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.6915

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

geboren op [geboortedatum] ,
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D. Vrieze).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de ambtshalve beoordeling om toepassing van uitstel van vertrek vanwege haar medische situatie [1] . Met het bestreden besluit van 12 februari 2025 heeft de minister haar ambtshalve besluit van 16 mei 2023 hierover gehandhaafd.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van de minister. Een tolk was ook aanwezig. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de minister terecht en op goede gronden geen uitstel van vertrek heeft verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.1.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is. Het bestreden besluit bevat een motiveringsgebrek. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat de zaak over?
3. Eiseres wenst vanwege haar medische situatie uitstel van vertrek. De minister heeft het verzoek afgewezen. Het bezwaar van eiseres heeft de minister ongegrond verklaard, onder verwijzing naar een advies van het BMA [2] van 4 februari 2025. Daarin is aangegeven dat eiseres 24 uur per dag afhankelijk is van de mantelzorg van haar echtgenoot. Uit nagekomen medische informatie van de behandelend psycholoog blijkt dat specifiek de echtgenoot van eiseres een essentiële rol speelt in het voorkomen van suïcidaliteit. Op grond van deze informatie heeft de BMA-arts geconcludeerd dat bij het uitblijven van de mantelzorg specifiek door de echtgenoot van eiseres en zonder zijn specifieke aanwezigheid, de verwachting is dat eiseres psychisch zal decompenseren met een reëel risico op het ondernemen van een suïcidepoging. Bij het uitblijven van de mantelzorg door haar echtgenoot verwacht het BMA een medische noodsituatie binnen de indicatieve termijn van drie tot zes maanden. De BMA-arts acht eiseres niet in staat om te reizen tenzij haar echtgenoot meereist en zij bij aankomst in Nigeria fysiek kan worden overgedragen aan een psychiater die een inschatting kan maken van het actuele risico op suïcidaliteit en de behandeling van eiseres kan voortzetten. Er zijn reisvoorwaarden gesteld, namelijk voor de reis dient een fit-to-fly beoordeling plaats te vinden vanwege de paniekaanvallen, tijdens de reis dient eiseres begeleid te worden door haar echtgenoot en een psychiatrisch verpleegkundige en direct na de reis dient een fysieke overdracht aan de psychiater plaats te vinden. Verder is aanbevolen dat eiseres een schriftelijke overdracht van de medische gegevens meeneemt (zoals bijvoorbeeld een Europees Medisch paspoort). Ook is aanbevolen dat de medicatie tijdens de reis wordt gecontinueerd en dat voldoende medicatie wordt meegenomen om de periode van de reis te overbruggen. Een onderzoek naar de aanwezigheid van mantelzorg in Nigeria, evenals onderzoek naar mantelzorg in de vorm van (24-uurs) opvang en begeleiding door bijvoorbeeld een vrijwilligersorganisatie, valt buiten de competentie van de medisch adviseur. Het BMA heeft wel onderzoek gedaan naar zorg, zoals aangegeven bij mantelzorg, in de vorm van aanwezigheid van professionele zorg aan huis of andere vormen van professionele zorg in Nigeria en gebleken is dat 24-uurs zorg aanwezig is in onder andere in Prompt Home Health Care Limited Garki, Abuja. De BMA-arts acht, gelet op de specifieke afhankelijkheid van de echtgenoot in het voorkomen van een medische noodsituatie, de beschikbare alternatieven voor de zorg die door de echtgenoot wordt geleverd voor deze specifieke patiënt echter onvoldoende. De BMA-arts vermeldt dat uit de medische informatie blijkt dat eiseres volledig afhankelijk is van haar echtgenoot en dat zonder zijn specifieke aanwezigheid de kans op het ontstaan van een medische noodsituatie reëel is.
Standpunt eiseres
4. Eiseres stelt dat niet gebleken is dat de voor haar noodzakelijke 24-uurs zorg in Nigeria aanwezig is. Eiseres stelt dat zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar Ghanese echtgenoot in Nigeria geen toegang zal hebben. Zijn aanwezigheid is van belang in Nigeria. Dat blijkt uit het BMA-advies en wordt door de minister ook niet bestreden. Ter zitting heeft eiseres naar voren gebracht dat de aanwezigheid van haar echtgenoot een randvoorwaarde is. Eiseres heeft gesteld dat presentaties bij de Ghanese en Nigeriaanse ambassades er niet toe hebben geleid dat haar echtgenoot toegang zal verkrijgen tot Nigeria. Eerder heeft eiseres gewezen op artikelen van de Nigeriaanse immigratiewet waaruit volgt dat een visum of een verblijfsvergunning wordt verstrekt aan personen die een arbeidsrelatie hebben of een uitnodiging van de overheid of een internationale organisatie. Daarnaast moet sprake zijn van een formeel huwelijk. In dat verband is gewezen op de Permanent Residence Visa Categorie waaruit volgt dat er 15 verschillende Nigeriaanse permanente verblijfsvergunningen zijn maar dat het wel moet gaan om een formeel huwelijk met een huwelijkscertificaat. Tussen eiseres en haar Ghanese echtgenoot is geen sprake van een formeel huwelijk. Haar echtgenoot heeft ook geen werk in Nigeria. Onder deze omstandigheden moet de minister aannemelijk maken dat de Ghanese echtgenoot van eiseres toegang zal verkrijgen tot Nigeria.
Heeft de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de voor eiseres vereiste zorg beschikbaarheid is in Nigeria?
4.1.
De beroepsgrond slaagt. Uit het BMA-advies van 4 februari 2025 volgt weliswaar dat 24-uurs aanwezig is in onder andere Prompt Home Health Care Limited Garki, Abuja, maar de BMA-arts heeft ook aangegeven dat, gelet op de specifieke afhankelijkheid van de echtgenoot in het voorkomen van een medische noodsituatie, zij de beschikbare alternatieven voor de zorg die door de echtgenoot worden geleverd voor eiseres, onvoldoende acht. De rechtbank stelt vast dat ter zitting door de minister nadrukkelijk is gesteld dat de aanwezigheid van de 24 uur-uurs zorg in Abuja in deze specifieke situatie afhankelijk is van de aanwezigheid van de echtgenoot van eiseres. Zo is, ter zitting desgevraagd, door de minister gesteld dat indien de echtgenoot van eiseres er niet is, niet aan de voorwaarden van het BMA-advies kan worden voldaan. De aanwezigheid van de echtgenoot is, met andere woorden, een randvoorwaarde voor de aanwezigheid van de zorg in Nigeria voor eiseres. Nu eiseres voldoende aanknopingspunten heeft aangedragen voor twijfel aan de toelating van de Ghanese echtgenoot tot Nigeria, is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft dat en op welke wijze aan de randvoorwaarde zoals door de BMA-arts is gesteld kan worden voldaan. Om die reden had de minister zich niet zonder meer op het standpunt kunnen stellen dat de voor eiseres vereiste medische behandeling in Nigeria voor haar aanwezig is. De minister heeft in het bestreden besluit een te enge toepassing gegeven aan het BMA-advies van 4 februari 2025, door niet de gehele inhoud ervan te betrekken en onvoldoende onderzoek te doen naar de gestelde randvoorwaarde. Weliswaar heeft de minister in het verweerschrift gewezen op een openbare bron [3] waaruit volgens haar volgt dat de echtgenoot van eiseres bij de Nigeriaanse autoriteiten een ECOWAS Residence card zou kunnen aanvragen waarmee hij rechtmatig verblijf zou kunnen verkrijgen in Nigeria teneinde aldaar de mantelzorg voort te kunnen zetten. Wat hier ook van zij, de rechtbank is van oordeel, met name nu de BMA-arts nadrukkelijk heeft gewezen op de volledige afhankelijkheid van eiseres van haar echtgenoot ter voorkoming van de medische noodsituatie, dat het aan de minister is om te onderbouwen dat deze door haar geschetste aanvraag voor een verblijfsvergunning voor eiseres en haar echtgenoot een realistische optie is. Daarin is de minister niet geslaagd. De minister had niet mogen volstaan met van eiseres te verlangen dat zij aannemelijk maakt dat de zorg feitelijk niet toegankelijk is voor haar, omdat de minister daarbij ten onrechte voorbij gaat aan de vraag die eerst door de minister beantwoord moet worden over de aanwezigheid van de vereiste zorg, inclusief de daarbij door het BMA geformuleerde randvoorwaarde.
4.2.
Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid omdat sprake is van een motiveringsgebrek. In het bestreden besluit ontbreekt een deugdelijke motivering of en zo ja hoe voldaan kan worden aan de door het BMA geformuleerde randvoorwaarde alvorens de minister zich op het standpunt kan stellen dat de benodigde zorg aanwezig is voor eiseres in Nigeria. Nu het beroep reeds hierom gegrond is, kunnen de overige door eiseres aangevoerde gronden buiten bespreking blijven.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien, omdat de minister, alvorens opnieuw op het bezwaar te kunnen beslissen, nader onderzoek zal moeten verrichten. De rechtbank past evenmin een bestuurlijke lus toe, omdat dat volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen. De minister moet dan ook met inachtneming van het gestelde in deze uitspraak binnen een termijn van acht weken een nieuw besluit nemen.
5.1.
De rechtbank wijst erop dat eiseres wegens betalingsonmacht is vrijgesteld van het betalen van griffierecht, zodat de minister niet op grond van artikel 8:74 van Pro de Awb griffierecht hoeft te vergoeden.
5.2.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak
een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,00,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
2.Bureau Medische Advisering.
3.Protocol Relating to Free Movement of Persons, Residence and Establishment, DFAT/Australian Government/Department of Foreign Affairs and Trade/DFAT Thematic