Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek vanwege haar ernstige medische situatie waarbij zij volledig afhankelijk is van mantelzorg door haar echtgenoot. De minister wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar, mede op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
Het BMA stelde dat eiseres zonder de specifieke mantelzorg van haar echtgenoot een reëel risico loopt op psychische decompensering en suïcidaliteit. De minister baseerde zich op de aanwezigheid van 24-uurs professionele zorg in Nigeria, maar erkende dat de mantelzorg door de echtgenoot een randvoorwaarde is voor adequate zorg.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd hoe aan deze randvoorwaarde kan worden voldaan, mede gezien de twijfel over de toegang van de Ghanese echtgenoot tot Nigeria. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.