ECLI:NL:RBDHA:2025:8457
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 16 april 2025 in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster is het niet eens met deze afwijzing en heeft beroep ingesteld tegen het besluit.
Tegelijkertijd heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter om de afwijzing van de asielaanvraag tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de behandeling van het beroep op 8 mei 2025 behandeld, waarbij zowel verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
Bij uitspraak van de rechtbank op 14 mei 2025 in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.18299) is reeds een beslissing genomen op het beroep. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.