ECLI:NL:RBDHA:2025:8460
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak en stelde vast dat de bodemzaak inmiddels is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener omdat verzoeker een toevoeging had. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €907,-.