De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring beoordeeld, die sinds 11 november 2024 van kracht is. Deze maatregel is reeds twee keer eerder getoetst, waarbij de rechtmatigheid werd bevestigd tot 12 februari 2025. De rechtbank richt zich nu op de periode daarna.
Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting naar Nigeria, omdat de Nigeriaanse autoriteiten geen laissez-passer verstrekken. De rechtbank oordeelt dat deze stelling onvoldoende is onderbouwd en dat eiser zich bovendien niet inspant om aan identiteitsdocumenten te komen. Daarnaast is verweerder voldoende voortvarend in het werken aan uitzetting, onder meer door het houden van vertrekgesprekken en rappelleren van de Nigeriaanse autoriteiten.
Eiser voerde verder aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat het voortduren van de bewaring onevenredig bezwarend is, mede vanwege stress en verwardheid. De rechtbank stelt dat het niet gaat om het opleggen maar het voortduren van de maatregel en dat de omstandigheden onvoldoende zijn om het voortduren onrechtmatig te achten.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is en wijst het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.