ECLI:NL:RBDHA:2025:8580

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 april 2025
Publicatiedatum
16 mei 2025
Zaaknummer
NL25.10866
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Kroatië

De Minister van Asiel en Migratie heeft op 6 maart 2025 een besluit genomen om de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met de bodemzaak op 25 maart 2025 behandeld. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is vanwege de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL25.10865) die gelijktijdig is gedaan. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.

Wel wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor professionele rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan op 11 april 2025 door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier K.L.H. Thomas, en is openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DENHAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25. 10866 - Rectificatie

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] ,V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. L.M. Straver),
en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 6 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grand dat Kroatie verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.10865, op 25 maart 2025 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen O.N. Karin. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.10865, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van bet Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,00 (1 punt voor bet indienen van bet verzoekschrift met een waarde per punt van
907,-
en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

-
wijst bet verzoek om voorlopige voorziening af;
-
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van K.L.H. Thomas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 11 april 2025
Afschrift verzonden aan partijen op:
11 april 2025

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.