ECLI:NL:RBDHA:2025:8585
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Roemenië
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd om een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 maart 2025 behandeld, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een waarnemer en een tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier K.L.H. Thomas op 11 april 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.