ECLI:NL:RBDHA:2025:8594
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling verblijfsvergunning medische behandeling
Verzoekster, van Zimbabwaanse nationaliteit, had op 27 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel medische behandeling. De minister stelde deze aanvraag op 20 december 2022 buiten behandeling. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister handhaafde de buitenbehandelingstelling in het besluit van 21 januari 2025.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 april 2025 samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL25.3360). Op diezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak.
Omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buitenbehandelingstelling van de verblijfsvergunningaanvraag is afgewezen.