Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de Minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 16 mei 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, van Syrische nationaliteit, beroep instelde tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd omdat er een concreet aanknopingspunt bestond voor een overdracht naar Kroatië volgens de Dublinverordening en er een significant risico was dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser betwistte de zware gronden 3f (ontdoen van reis- of identiteitsdocumenten zonder noodzaak) en 3k (weigering medewerking aan overdracht), maar de rechtbank oordeelde dat de motivering van de minister toereikend was en dat eiser herhaaldelijk had aangegeven niet mee te willen werken aan zijn overdracht, ondanks eerdere overdrachten en terugkeer naar Nederland. De overige gronden werden niet betwist en waren terecht tegengeworpen.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en dat een lichter middel niet effectief zou zijn, mede gezien het feit dat eiser al tweemaal was overgedragen en telkens terugkeerde. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.