ECLI:NL:RBDHA:2025:8611

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
16 mei 2025
Zaaknummer
Nl24.34900
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 AwbArt. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 3.108 VbArt. 30c Vwen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag buiten behandeling gesteld wegens niet-melding aan aanmeldcentrum Ter Apel, terugkeerbesluit vernietigd

Eiser, een Oekraïense nationaliteitdragende, diende een asielaanvraag in Nederland in onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser zich niet binnen twee weken meldde bij het aanmeldcentrum in Ter Apel, zoals wettelijk vereist. Eiser betwistte deze verplichting en verwees naar zijn eerdere melding bij het IND-loket in Amsterdam en zijn bijdrage aan de Nederlandse economie.

De rechtbank oordeelde dat de wettelijke verplichting tot melding bij het aanmeldcentrum Ter Apel op grond van artikel 3.108 Vb en artikel 4:5 Awb Pro rechtsgeldig is en dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling stelde. Echter, het terugkeerbesluit dat gelijktijdig met het buiten-behandeling-stellen werd genomen, bevatte geen motivering met betrekking tot het non-refoulementbeginsel, terwijl dit volgens het arrest Ararat wel vereist is.

Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit in zijn geheel en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en motivering bij terugkeerbesluiten, vooral met betrekking tot internationale vluchtelingenbescherming.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van het non-refoulementbeginsel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34900

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C.J.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 9 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 8 mei 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 1978 en heeft de Oekraïense nationaliteit.
2. Eiser heeft zich op 14 juni 2024 gemeld bij het IND loket in Amsterdam om in Nederland te verblijven onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming [1] (hierna: de Richtlijn). Op diezelfde dag heeft eiser een besluit van verweerder ontvangen dat eiser niet onder de Richtlijn valt. In het besluit van 14 juni 2024 staat verder dat de inschrijving van eiser bij de gemeente een onvolledige asielaanvraag is en dat eiser, als hij de asielprocedure wil doorlopen, zich binnen twee weken bij het aanmeldcentrum dient te melden. Op 18 juli 2024 heeft verweerder een voornemen uitgebracht waarin staat dat hij van plan is om eisers asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat eiser zich niet binnen twee weken bij het aanmeldcentrum in Ter Apel heeft gemeld. Verweerder heeft daarbij overwogen dat eiser nog de mogelijkheid heeft om zich binnen twee weken te melden bij het aanmeldcentrum en dat de aanvraag niet buiten behandeling zal worden gesteld als eiser zich alsnog meldt.
Daarnaast is de mogelijkheid geboden om telefonisch contact op te nemen met de IND indien eiser niet kan reizen naar Ter Apel. Omdat eiser zich vervolgens niet gemeld heeft bij het aanmeldcentrum en geen zienswijze heeft ingediend, heeft verweerder bij het bestreden besluit de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb. [2] Het bestreden besluit geldt tevens als terugkeerbesluit.
3. Eiser voert aan dat het onredelijk is van verweerder om tegen te werpen dat eiser zich niet heeft gemeld bij het aanmeldcentrum. Eiser heeft zich op 14 juni 2024 gemeld bij het IND loket in Amsterdam. Het is daarmee duidelijk dat eiser bescherming vraagt in Nederland vanwege de oorlogssituatie in Oekraïne. Eiser wijst daarbij op artikel 2, aanhef en onder h, van de Kwalificatierichtlijn [3] waarin de beschrijving staat van wat een asielaanvraag is. Niet valt in te zien waarom eiser zich zou moeten melden in Ter Apel. Alle gegevens van eiser zijn reeds geregistreerd. Eiser wijst er verder op dat hij bijdraagt aan de Nederlandse economie. Ook wordt ten onrechte van eiser verlangd dat hij terugkeert naar Oekraïne. Terugzending naar Oekraïne levert strijd op met vluchtelingrechtelijke internationale verdragen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Buiten behandeling stellen asielaanvraag
4. Uit artikel 3.108, eerste lid, van het Vb [4] volgt dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in persoon moet worden ingediend op een door de minister te bepalen plaats.
Op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb kan verweerder besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag.
5. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet aan de verplichting uit artikel 3.108, eerste lid, van het Vb heeft voldaan, omdat hij zich niet heeft gemeld bij het aanmeldcentrum in Ter Apel. Verweerder heeft eiser meermaals geïnformeerd over de noodzaak om zich tijdig te melden bij het aanmeldcentrum, maar eiser heeft nagelaten zich te melden. Dat eiser stelt dat zijn gegevens reeds bekend waren bij verweerder en dat hij bijdraagt aan de Nederlandse economie, maakt dit niet anders. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat het noodzakelijk is voor vreemdelingen om zich voor de asielaanvraag te melden bij het aanmeldcentrum in Ter Apel, vanwege de inrichting van het proces.
6. Verweerder heeft gelet op het voorgaande terecht overwogen dat eiser niet aan een wettelijk voorschrift heeft voldaan voor het in behandeling nemen van de asielaanvraag. De asielaanvraag van eiser is daarom terecht buiten behandeling gesteld met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb.
Terugkeerbesluit
7. Uit het arrest Ararat volgt dat verweerder verplicht is om het beginsel van non-refoulement in alle fasen van de terugkeerprocedure te eerbiedigen. [5] Het beginsel van non-refoulement houdt in dat een vluchteling niet mag worden teruggestuurd naar een land waar zijn of haar leven of vrijheid ernstig wordt bedreigd.
8. Vastgesteld wordt dat het bestreden besluit geen kenbare motivering bevat met betrekking tot het beginsel van non-refoulement. Voor zover verweerder stelt dat hij bij het buiten behandeling stellen van een asielaanvraag niet is gehouden te toetsen aan het beginsel van non-refoulement, wordt hij hierin niet gevolgd. Het arrest Ararat bevat voor deze conclusie namelijk geen concrete aanknopingspunten. Er is tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd, waardoor het op de weg van verweerder had gelegen te onderzoeken of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen de uitvoering van het tegen hem uitgevaardigde terugkeerbesluit. Verweerder heeft dit echter niet gedaan. Het bestreden besluit komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking.
Conclusie
9. Het beroep is gegrond omdat het terugkeerbesluit is genomen in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste, neergelegd in artikel 3:2 en Pro 3:46 van de Awb. Het bestreden besluit wordt in zijn geheel vernietigd, gelet op artikel 30c, derde lid, van de Vw [6] en artikel 45, eerste lid, van de Vw. De rechtbank bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen om een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met
inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 907 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan op 15 mei 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/55 EG.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Richtlijn 2011/95/EU.
4.Vreemdelingenbesluit 2000.
5.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892, punt 35.
6.Vreemdelingenwet 2000.