ECLI:NL:RBDHA:2025:8614
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na afwijzing asielaanvraag wegens onbekende vertrek
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 februari 2025 waarbij zijn asielaanvraag in de algemene procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en constateert dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.5763). Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een procesbelang.