Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
[minderjarige],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, diende op 30 december 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 4 maart 2025 niet-ontvankelijk omdat eiseres reeds internationale bescherming geniet in Italië tot 31 januari 2028. Eiseres stelde dat terugkeer naar Italië onredelijk is vanwege erbarmelijke omstandigheden, waaronder beperkte huisvesting, laag loon en racisme, en dat dit een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat verweerder terecht uitging van het feit dat eiseres internationale bescherming geniet in Italië. Er waren geen concrete aanwijzingen dat haar vluchtelingenstatus was ingetrokken. Eiseres had onvoldoende onderbouwd dat zij onmenselijk was behandeld of dat zij niet adequaat werd ondersteund door Italiaanse autoriteiten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende inspanningen had verricht om haar positie in Italië te verbeteren of haar rechten te effectueren. De hoge drempel voor het aannemen van onredelijkheid, zoals uiteengezet in het arrest Ibrahim, werd niet gehaald. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.