ECLI:NL:RBDHA:2025:8653

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 mei 2025
Publicatiedatum
16 mei 2025
Zaaknummer
NL24.33551
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen intrekking verblijfsvergunning

Verzoeker heeft op 2 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor vernieuwing van zijn verblijfsdocument. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag bij besluit van 16 januari 2024 afgewezen en de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 31 juli 2024 is afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter behandelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening in afwachting van de uitspraak op het beroep. Op 14 mei 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en dit ongegrond verklaard. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.33551

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Op 2 oktober 2023 heeft verzoeker een aanvraag ingediend voor vernieuwing van zijn
verblijfsdocument. Bij besluit van 16 januari 2024 heeft verweerder verzoekers aanvraag
afgewezen en verzoekers verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken. Met het bestreden besluit van 31 juli 2024 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij dat besluit gebleven.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verder heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige
voorziening van verzoeker. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 14 mei 2025, zaaknummer NL24.33550, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 16 mei 2025 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.