Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag van 30 oktober 2023 voor een machtiging voor voorlopig verblijf. De minister had een beslistermijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, maar heeft niet binnen deze termijn beslist. De rechtbank heeft het beroep ontvankelijk en gegrond verklaard.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister de aanvraag in augustus 2025 in behandeling neemt en legt een nieuwe beslistermijn van 90 dagen op, lopend tot uiterlijk 30 oktober 2025. Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, moet zij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast heeft de rechtbank het verzoek van eiser om vrijstelling van griffierecht toegewezen en de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat partijen geen zitting hebben verzocht.