ECLI:NL:RBDHA:2025:8687
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
In deze zaak heeft de verzoeker bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 30 oktober 2024, waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en mogelijke misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. De verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar dit wordt geïnterpreteerd als een verzoek tot opschorting van de terugkeer.
De inhoudelijke beoordeling leidt tot afwijzing van het verzoek, omdat het beroep op het associatierecht niet onderbouwd is en de verzoeker geen aanvullende gronden heeft aangeleverd ondanks gelegenheid daartoe. Het bezwaar wordt daarom ook ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.