ECLI:NL:RBDHA:2025:8717
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 november 2024 waarin de minister van Asiel en Migratie heeft bepaald dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, gezien uitzonderlijke omstandigheden en vermoedens van misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar dit wordt geïnterpreteerd als opschorting van de terugkeer.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en toont bereidheid om de aanvraag aan te vullen, maar maakt hier geen gebruik van. De voorzieningenrechter acht het bezwaar kansloos en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard met toepassing van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.