ECLI:NL:RBDHA:2025:8722

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2025
Publicatiedatum
19 mei 2025
Zaaknummer
NL25.21944
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling met de Libische nationaliteit tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.

De rechtbank had de rechtmatigheid van de bewaring reeds getoetst in een eerdere uitspraak van 6 maart 2025, waarbij de maatregel tot 4 maart 2025 als rechtmatig werd beoordeeld. Voor het huidige oordeel werd alleen gekeken naar de periode na 4 maart 2025.

De eiser voerde geen nieuwe gronden aan tegen het voortduren van de bewaring. De rechtbank zag ook ambtshalve geen reden om het voortduren als onrechtmatig te beschouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 19 mei 2025 gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier W. van Loon en is definitief, er staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.21944

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 20 februari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank op 13 mei 2025 van het voortduren van de maatregel van bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 19 mei 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2004 en de Libische nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 6 maart 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 4 maart 2025, rechtmatig was. [1] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 4 maart 2025.
4. Eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de bewaring op enig moment tot het sluiten van het onderzoek onrechtmatig is te achten.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.