ECLI:NL:RBDHA:2025:8722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling met de Libische nationaliteit tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank had de rechtmatigheid van de bewaring reeds getoetst in een eerdere uitspraak van 6 maart 2025, waarbij de maatregel tot 4 maart 2025 als rechtmatig werd beoordeeld. Voor het huidige oordeel werd alleen gekeken naar de periode na 4 maart 2025.
De eiser voerde geen nieuwe gronden aan tegen het voortduren van de bewaring. De rechtbank zag ook ambtshalve geen reden om het voortduren als onrechtmatig te beschouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 19 mei 2025 gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier W. van Loon en is definitief, er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.