ECLI:NL:RBDHA:2025:8757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod afgewezen door rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, is geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar omdat hij zijn rechtmatig verblijf na overschrijding van zijn Schengenvisum niet kon aantonen.
Eiser erkent het terugkeerbesluit, maar betwist de motivering en duur van het inreisverbod, verwijzend naar zijn import- en exportbedrijf en frequente reizen tussen Egypte en Nederland. Hij stelt dat het inreisverbod hem grote financiële problemen bezorgt.
De rechtbank stelt vast dat de gronden voor het terugkeerbesluit niet in geschil zijn en dat verweerder terecht een inreisverbod heeft opgelegd. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod niet kon worden beperkt, mede omdat eiser geen familie in Nederland heeft en niet kan werken.
De niet-onderbouwde stellingen van eiser over zijn zakelijke activiteiten en samenwerkingsplannen met Nederlandse bedrijven leiden niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven van kracht.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar is ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.