ECLI:NL:RBDHA:2025:8759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 4 november 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening verzocht om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en mogelijke misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar dit wordt geïnterpreteerd als opschorting van de terugkeerplicht.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en biedt slechts een algemene bereidheid tot aanvulling van de aanvraag. Dit is onvoldoende om het bezwaar kansrijk te achten. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en verklaart het bezwaar ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het besluit tot weigering van een reguliere verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.