ECLI:NL:RBDHA:2025:8777

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
25.6465
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbBesluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (2024, 41538)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 oktober 2023. De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting gewenst was, maar dit werd niet gevraagd, waarna het onderzoek werd gesloten.

De rechtbank overweegt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan het nemen van een besluit, waardoor bezwaar en beroep mogelijk zijn. Echter, een beroep tegen niet tijdig beslissen kan pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken.

De minister heeft op 11 december 2024 een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) ingesteld voor Syriërs, waardoor de beslistermijn verlengd is tot maximaal 21 maanden na aanvraagdatum, dus tot 13 juli 2025. Eiser stelde de minister op 23 januari 2025 in gebreke, wat te vroeg was. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier M.A. Postma.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.6465

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 13 oktober 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk?
2. Het niet tijdig nemen van een besluit wordt gelijkgesteld met het nemen van een besluit. Hierdoor zijn de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep ook op het niet tijdig nemen van een besluit van toepassing. [2]
3. Een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
4. De minister heeft met het besluit van 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, een Besluit- en Vertrekmoratorium [4] (BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië. Met het BVM voor vreemdelingen uit Syrië heeft de minister de beslistermijn voor lopende asielaanvragen verlengd tot ten hoogste 21 maanden. Dit betekent dat eiser na het verstrijken van 21 maanden na de aanvraag, dus na 13 juli 2025, de minister in gebreke kan stellen. Dat is anders wanneer het BVM eerder eindigt dan 13 juli 2025. In dat geval kan eiser de minister na het eindigen van het BVM in gebreke stellen. Eiser heeft de minister op 23 januari 2025, en dus te vroeg (prematuur), in gebreke gesteld. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4.Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (