ECLI:NL:RBDHA:2025:8781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 8 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister moest binnen een termijn van zes maanden beslissen, welke met negen maanden werd verlengd op grond van een besluit (WBV 2023/34). Eiser stelde de minister op 17 februari 2025 in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing en stelde vervolgens op 6 maart 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat sinds 14 december 2024 een besluit- en vertrekmoratorium geldt voor Syriërs, waardoor de beslistermijn met een jaar wordt verlengd tot maximaal 21 maanden. Dit moratorium was van kracht ten tijde van de ingebrekestelling van eiser, waardoor deze te vroeg is ingediend. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten en is het kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank acht een zitting niet nodig en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier S.J. Simorangkir op 15 april 2025 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend tijdens het geldende besluitmoratorium.