ECLI:NL:RBDHA:2025:8784
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 11 december 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening te treffen om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en ging, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en een cluster van vergelijkbare zaken met misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker maakte niet duidelijk welke voorlopige voorziening werd gevraagd, maar dit werd geïnterpreteerd als opschorting van het terugkeerbesluit.
Verzoeker stelde zonder onderbouwing dat hij onder het associatierecht tussen de EU en Turkije valt en bood aan de aanvraag aan te vullen, maar maakte hier geen gebruik van. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens verklaarde hij het bezwaar ongegrond met toepassing van artikel 78 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het besluit tot weigering van een reguliere verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.