ECLI:NL:RBDHA:2025:8806
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter afgewezen wegens te late indiening
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.W.D. Bom, rechter in de hoofdzaak tussen verzoeker en Stichting Hof Wonen. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid en onjuiste behandeling tijdens een zitting op 18 maart 2025.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend zodra de aanleiding bekend is. Verzoeker was de omstandigheden ruim een maand eerder bekend, maar diende het verzoek pas op 24 april 2025 in zonder redelijke verklaring voor deze vertraging.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en mocht de procedure in de hoofdzaak worden voortgezet. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats omdat het verzoek te laat was ingediend.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag op 20 mei 2025. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens te late indiening zonder redelijke verklaring.