Partijen zijn ouders van de minderjarige [minderjarige 1], geboren in 2014, die momenteel bij de moeder verblijft. Eerder was gezamenlijk gezag vastgesteld met een zorgregeling waarbij de vader het kind om het weekend en de helft van vakanties zag. De moeder verzoekt wijziging van het gezag naar eenhoofdig gezag en aanpassing van de zorgregeling vanwege mishandeling door de partner van de vader en problemen in de omgang.
De rechtbank constateert dat de mishandeling in 2021 en 2022 heeft geleid tot nachtmerries en hulpverlening voor het kind. De vader woont bij zijn partner die het kind mishandeld heeft, waardoor het kind weigert te overnachten bij de vader. De ouders hebben op zitting een nieuwe zorgregeling afgesproken: contact op zaterdag van 11.00 tot 18.00 uur in Den Haag zonder aanwezigheid van de partner van de vader.
De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet goed functioneert omdat de vader weigert toestemming te geven voor schoolzaken en identiteitskaart, wat het belang van het kind schaadt. De vader heeft zijn gezag misbruikt en de moeder tegengewerkt. Daarom wijzigt de rechtbank het gezag naar eenhoofdig gezag voor de moeder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige wordt afgewezen.