De moeder verzocht de rechtbank om haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen over haar twee minderjarige kinderen, aangezien de vader niet betrokken is en een contactverbod van twee jaar tegen hem geldt. De vader heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen op de zitting. De rechtbank nam kennis van het ouderschapsplan en eerdere rechterlijke uitspraken, waaronder het contactverbod van augustus 2024.
De moeder gaf aan dat de vader kampt met alcohol- en drugsverslaving en psychische problemen, en dat de zorgregeling uit het ouderschapsplan nooit is uitgevoerd. De kinderen hebben in een gesprek met de rechter hun voorkeur uitgesproken voor het eenhoofdig gezag bij de moeder, vanwege de onvoorspelbaarheid van de vader.
De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag beëindigd kan worden op grond van artikel 1:253n lid 1 BW, omdat het in het belang van de kinderen is dat de moeder zelfstandig gezagsbeslissingen kan nemen. De moeder wordt daarom belast met het eenhoofdig gezag, en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.