De moeder verzocht de rechtbank Den Haag om haar het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind toe te kennen, mede vanwege de medische situatie van het kind en de overeenstemming tussen de ouders. De ouders waren gehuwd geweest en hadden gezamenlijk gezag over het kind, maar de echtscheiding en gewijzigde omstandigheden maakten een aanpassing noodzakelijk.
Het kind is gediagnosticeerd met autisme spectrum stoornis niveau 3 en heeft een globale ontwikkelingsachterstand, waardoor intensieve zorg en medische trajecten noodzakelijk zijn. De moeder is de verzorgende ouder en het meest betrokken bij de dagelijkse gang van zaken. De vader stemde tijdens de zitting in met het verzoek van de moeder.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind is dat de moeder zelfstandig beslissingen kan nemen en kende haar het eenhoofdig gezag toe. Tevens werd het nieuwe ouderschapsplan van 24 juli 2024, waarin de ouders afspraken hebben gemaakt over de zorg en omgang, opgenomen in de beschikking. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en iedere partij draagt de eigen proceskosten.