De huurder huurt sinds september 2021 een woning van Stichting De Wassenaarse Bouwstichting (DWB). In 2022 ontstond een gebrek aan de plateaulift in het wooncomplex, waarop de Huurcommissie de huurprijs met terugwerkende kracht verlaagde. DWB verrekende het teveel betaalde met lopende termijnen, wat leidde tot discussie over de huurachterstand.
DWB vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. De huurder betwistte de hoogte van de achterstand en stelde dat DWB fouten maakte in de verrekening en verhoging van servicekosten. De kantonrechter stelde vast dat de huurprijs inclusief servicekosten vanaf 1 juli 2023 €416,40 bedroeg en dat de volledige huurprijs van €673,91 vanaf 1 november 2024 verschuldigd was, na herstel van het liftgebrek.
De achterstand bedroeg uiteindelijk €1.879,97 per 25 maart 2025, minder dan drie maanden huur. De kantonrechter oordeelde dat deze tekortkoming onvoldoende was om de huurovereenkomst te ontbinden en wees de ontbindings- en ontruimingsvorderingen af. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de achterstand en proceskosten.