ECLI:NL:RBDHA:2025:8855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 oktober 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening gevraagd om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening inhoudelijk beoordeeld ondanks het ontbreken van enkele indieningsvereisten vanwege uitzonderlijke omstandigheden, waaronder vermoedelijk misbruik van recht door meerdere verzoekers met onjuiste adresgegevens.
Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor zijn beroep op het associatierecht tussen de Europese Unie en Turkije en heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om zijn gronden aan te vullen. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond afgewezen.
Gezien de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar en het ontbreken van enige kans van slagen, is het bezwaar tegen het primaire besluit eveneens ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.