ECLI:NL:RBDHA:2025:8884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken objectieve belemmeringen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij zijn partner, een Nederlandse staatsburger. De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldig mvv en niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat het gezinsleven van eiser in Nederland is opgebouwd tijdens illegaal verblijf, waardoor alleen in uitzonderlijke gevallen voortzetting van het gezinsleven in Nederland kan worden verplicht. Eiser heeft onvoldoende objectief bewijs geleverd dat hij in Senegal niet in zijn levensonderhoud kan voorzien of dat hij vanwege zijn religieuze achtergrond geen gezinsleven kan voeren.
Ook de stelling dat het voor de partner onmogelijk is haar werkzaamheden in Senegal uit te oefenen en zorgtaken te vervullen, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank acht de belangenafweging in het nadeel van eiser en concludeert dat het beroep ongegrond is. De minister heeft terecht het mvv-vereiste gehandhaafd en de hardheidsclausule niet toegepast.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag mvv wordt ongegrond verklaard.