ECLI:NL:RBDHA:2025:8885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 december 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de terugkeer naar Turkije te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden waaronder vermoedelijk misbruik van recht en gebrek aan communicatie, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar dit wordt geïnterpreteerd als opschorting van het terugkeerbesluit.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en heeft geen aanvullende gronden aangeleverd ondanks gelegenheid daartoe. De voorzieningenrechter acht het bezwaar en het verzoek kennelijk ongegrond en wijst deze af. Het bezwaar wordt met toepassing van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000 ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.