ECLI:NL:RBDHA:2025:8962
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-procedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Polen verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 4 maart 2025, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde afwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL25.7210) reeds is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 6 maart 2025 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.