ECLI:NL:RBDHA:2025:8965
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verlenging overdrachtstermijn vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 12 februari 2025 de overdrachtstermijn van verzoeker verlengd tot 18 maanden. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 4 maart 2025 samen met een gerelateerde zaak behandeld. Gezien de uitspraak op het beroep in zaaknummer NL25.7889 achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is afgewezen.